Humor

Op dit moment ken ik enkele mensen in mijn omgeving met de F (fun)-factor. De F verschilt slechts 1 letter - én toets op het toetsenbord - van de G (gun)-factor. Maar het verschil tussen de F- en G-factor kan soms erg van elkaar verschillen.

Onlangs hebben wij een onderzoek gedaan naar humor, en hierdoor begrijp ik sommige aspecten van humor meer. Ook persoonlijk heb ik hier veel aan.

In het Engels bestaat er de term self-defeating joking, en dit heeft de volgende kenmerken: - Belittles the self for the sake of the joke. - It is associated with anxiety, depression and aggression. - It often goes hand in hand with lower levels of self-esteem and well-being. - It gives feelings of triumph, mastery or control.

Wanneer deze vorm van humor wordt toegepast, wordt de situatie niet altijd gemakkelijker; mensen kunnen een karikatuur van zichzelf maken en hier om grappen. Daarnaast kunnen mensen grappen maken over mensen waardoor de grappenmaker zichzelf beter voelt. Voor mij heeft humor hier iets ambivalents; het is tenslotte niet per definitie iets wat voor iedereen positief uitpakt.

Wat hier tegenover staat is affiliative joking, en dit heeft de volgende kenmerken: - It enhances relationships. - It put others at ease. - It tells jokes or stories for the amusement of others.

Gelukkig heb ik deze laatste vorm vooral in het onderzoek gezien. Samen met artsen heb ik hartelijk gelachen om wat er gebeurde tijdens arts-patiënt gesprekken. Het blijkt ook dat dit de vorm van humor is waar mensen in algemene zin vaak positieve energie van krijgen. Het is vrij gemakkelijk om van ‘self-defeating joking’ over te stappen naar ‘affiliative joking’. Soms vindt ‘self-defeating joking’ namelijk onbewust plaats. Ook zelf doe ik het soms ongemerkt. Aan de reacties merk ik dan wanneer een opmerking ook anders opgevat had kunnen worden dan mijn ‘affiliative’ intentie: De scheidslijn is soms lastig!

Toch zou ik op willen roepen om van dit onderscheid bewust te zijn; ‘affiliative joking’ is niet belastend en heeft vrijwel altijd een positief effect. En maak daarbij - als dit binnen je mogelijkheden ligt - gebruik van de F- én de G-factor. Dan is de kans groot dat de F-factor gemakkelijker kan blijven bestaan.

 

 

In beweging

‘Liefde verschijnt wanneer het lastig is’. Snel krabbelde ik dit citaat mee bij het DWDD summer college Geef verdriet ruimte die afgelopen vrijdag werd gegeven door Femke van der Laan (columniste, en echtgenote van de inmiddels overleden burgemeester Eberhard van der Laan). Herkenbaar. Blijkbaar is er een bepaalde kwetsbaarheid of openheid nodig om liefde toe te kunnen laten. Hetzelfde geldt voor verdriet. Femke sprak in haar college over (diep) verdriet en de kunst om dit toe te kunnen laten. Op een rustige manier las ze daarbij steeds voor uit haar eigen boek. Ze overtuigde ons dat verdriet betekent dat je ruimte in zult moeten nemen. Wanneer het goed met je gaat, en wanneer je vrolijk en leuk bent is dat voor je omgeving veel plezanter. Voor verdriet moet je als buitenstaander gerichte aandacht hebben, en dat kost tijd. En als verdriet te lang duurt, bestaat de kans dat mensen af zullen haken. Danielle Pinedo en Bart van Eldert hebben dit prachtig beschreven in hun boek ‘Beter worden is niet voor watjes’.  

Maar het delen van je diepste emoties maakt je breekbaar, vooral wanneer je dit met de buitenwereld wil delen. Toen iemand mij erop wees dat ik best zakelijk schrijf, vertelde ik dat ik ook niet alles met de buitenwereld wilde delen. Toch had dit gesprek, en Femke haar college mij aan het denken gezet.

Het afgelopen jaar was soms lastig, heel intens ook. En ik werd verliefd. Maar omdat ik het lastig had, had ik voor die verliefdheid niet altijd genoeg ruimte. Gelukkig waren er mensen die mij steunden, die begrepen wat ik doormaakte. ‘Iedereen heeft een ballonnetje boven zich hangen’, zo vertelde Femke van der Laan. Ballast die je altijd met je mee zal blijven dragen, en waardoor je je meer verbonden kunt voelen met andere mensen om je heen. Deze mensen hadden in die ballonnetjes waarschijnlijk deels dezelfde lucht zitten als die ik had in mijn ballonnetje wat maakte dat er zo’n band kan ontstaan. Zij steunden me wanneer mijn mantra van afgelopen jaar ‘Gelijk hebben, is iets anders dan gelijk krijgen’ mij soms opbrak. Tot 3 keer toe was ik mijn stem verloren. Nog nooit had ik dit meegemaakt, zelfs niet op feestjes van jaren geleden waar harde muziek werd gedraaid en er nog in cafés werd gerookt. Toch hield ik vol, waarbij er 1 persoon in het bijzonder mij tot steun was.

En daar moet ik nu aan denken. Bij de koffie, wanneer ik er eigenlijk een krant bij zou willen pakken. Heel vaak gaven de teksten mij namelijk een teken van leven, en bevestiging dat het niet om een illusie ging. Ik besloot de inhoud van de tekst voor mezelf te houden. Of nee, voor ons. De teksten maakten me aan het lachen, maar er was ook altijd een serieuze, diepgaande component. En altijd waren er onverwachte wendingen en vraagtekens in wat hij nu precies bedoelde. Hij daagde me uit en ik begreep zijn taal. Ik wilde hem graag langer zien, maar er leek wel een Berlijnse muur tussen ons te zijn ingezet.

Ook ik houd niet van kabbelende Romeo & Juliet scenario’s. Je hebt de lunch van afgelopen week gemist, en een prachtige dansvoorstelling. In de warmte lieten deze dansers zich afgelopen weekend van hun beste kant zien. Aan het einde van hun voorstelling gaven ze iedereen een cadeautje, een spel. Het zit inmiddels in mijn rugzak en we kunnen het nu overal gaan spelen: op de camping, tussen de bomen en op het strand. Trust.

 

Be mysterious

Afgelopen vrijdag op de NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) wetenschapsdagen hoorde ik van een van de sprekers in mijn sessie dat patiënten in de palliatieve fase geen behoefte hebben om seksualiteit/intimiteit met hun zorgverlener te bespreken. Resoluut leek ze haar resultaten te presenteren: Hier moeten we iedereen dus niet mee gaan belasten.

Het contrasteerde met de recente vragenlijst-bevindingen van de Nederlandse Federatie voor Kankerpatiënten (NFK) waar onder kankerpatiënten juist een heel hoog percentage werd gescoord: 2 op de 3 patiënten geeft aan problemen te ervaren, en dit te willen bespreken. Een andere vragenlijst, een andere setting? Sociaal wenselijke antwoorden? Maar wat is dan sociaal wenselijk?

De afgelopen periode ben ik hier wat meer op gaan letten. Ik kwam het veel tegen. Ik hoefde de krant er maar op open te slaan. Er lijkt een golfbeweging gaande: van een open cultuur, naar een meer gesloten/taboe sfeer, naar een meer open cultuur, etc. En nu lijken we weer richting golf te gaan.

En er blijkt eigenlijk nog niet zo veel over bekend. Onlangs sprak ik een onderzoeker die moeite had om haar fundamentele onderzoek gefinancierd te krijgen. De meerwaarde werd nog onvoldoende gezien. Met kleine bedragen hielt ze echter stug vol. Draagvlak was er nodig: niet alleen onder oncologische patiënten, maar voor iedereen is seksualiteit/intimiteit een element van kwaliteit van leven, zo liet zij me weten. Veel is nog een mysterie, wat het tegelijkertijd ook zo interessant maakt.

Terug naar de oncologie en patiënten die niet meer te genezen zijn. Onderzoek heeft laten zien dat dit aspect juist in de palliatieve fase een versterkend effect op je relatie kan hebben. Dat we hier niet over hoeven praten klopt. Maar wanneer ik naar deze grote verschillen kijk uit dit 2-tal studies, dan denk ik dat je als zorgverlener soms een beetje mag triggeren. Tot het moment dat het een element wordt dat net zo gemakkelijk -hoewel mysterieus - wordt besproken als andere lastige onderwerpen zoals de dood/het naderende sterven.        

Onbevangen

‘Wie een kind niet begrijpt, is het kind in zichzelf verloren.’

Een mooie uitspraak. En ik kan er direct op teruggrijpen door enkel terug te denken aan een maaltijdfestijn van afgelopen weekend waar 2 jonge kinderen bij aanwezig waren - het was een waar schouwspel. Dat een van de ouders zich later verontschuldigde (‘Het was wel een hele grote chaos’) was echt niet nodig. Ik had mij geen moment verveeld, en de onbevangenheid waarmee de eieren naar binnen werden gewerkt, van het eten werd genoten, er nieuwe eieren werden gekookt omdat het toch niet helemaal eerlijk was verdeeld.. was simpelweg genieten. Dat er geen chocolade hagelslag in de yoghurt mocht omdat de borden uiteindelijk niet helemaal leeg waren was jammer maar werd desalniettemin direct geaccepteerd. Ja, om hiervan te kunnen genieten moet je het kind niet in jezelf verloren zijn.

De prachtige gesprekken die ik met patiënten kan voeren over bijvoorbeeld de laatste levensfase maakt dat ik voor de volwassen populatie wil kiezen, maar het plezier die je met kinderen kunt hebben zou wat mij betreft af en toe ook mogen doorsijpelen in de volwassen patiënten populatie om de zware en lichte elementen goed met elkaar te kunnen verenigen.

Dit kan overigens ook worden gezien als het toevoegen van een menselijk aspect in de zorg. Het is niet voor niets dat de kindergeneeskunde – samen met disciplines als de huisartsgeneeskunde of geriatrie (‘Oude mensen waren tenslotte jonge mensen voordat jonge mensen, mensen waren’) – hier in voorop staan. Hoe mooi is het wanneer dit nog meer doorsijpelt naar andere disciplines - voor (meer) werkplezier en preventie van burn-out. Laten we het lichte en zware met elkaar blijven combineren en lichtvoetig door blijven huppelen.

Zie o.a.

Bohman et al. Physician Well-Being: The Reciprocity of Practice Efficiency, Culture of Wellness, and Personal Resilience. NEJM Catalyst (April 2017). https://catalyst.nejm.org/physician-well-being-efficiency-wellness-resilience.

Zon, zee en zorg

Ik geniet van het weer - ik geniet van de natuur die nu volop in bloei is, maar vooral van de zon. Ik realiseer me wat de impact van zon op je stemming is. Dat ik hiermee ook nog eens wat extra vitamine D binnenkrijg is mooi meegenomen. Het heeft tenslotte een positief effect op de botdichtheid, beïnvloedt het goed functioneren van spieren en er zijn suggesties dat het ook een positief effect heeft op het immuunsysteem. Dat een vitamine dan zo gemakkelijk tot je te nemen is, is natuurlijk mooi. Daarnaast is iedereen op straat vriendelijker. We groeten elkaar en maken een praatje. Hoe anders is dit wanneer het regent of simpelweg koud is.

Het is niet voor niks dat er in landen waar de zon meer schijnt - zoals in veel Zuid-Europese landen - hoger gescoord wordt op bepaalde gezondheidsparameters. Die hoge score komt onder andere door het eten van veel vis en het gebruik van de goede olie. Maar ik geloof dat ook leefstijl een bepalende rol heeft. Dat maakt dat wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van voeding op ziekten en/of gezondheid ook zo lastig is. Net als in de zorg is ook hier context belangrijk!

Dat die context ook bepalend is in hoe op dit moment de zorg wordt verantwoord, staat heel mooi beschreven in het onlangs uitgekomen rapport van de RVS ‘Blijk van vertrouwen – anders verantwoorden’. De auteurs betogen hier onder andere dat het huidige verantwoordingssysteem, waarbij er veel moet worden afgevinkt, niet werkt. In plaats van top-down wordt gepleit voor een bottom-up aanpak waarbij allereerst de zorgverleners aan zet zijn. Het voorstel zet in op minder regels, betere indicatoren en het vergemakkelijken van het aanleveren van informatie. “Indicatoren zijn op z’n best indicaties om verder te kijken, om te onderzoeken wat het verhaal is achter de cijfers en percentages.”

En wat gaat taal hierin betekenen? Ik heb de blogs over Zorgtaal in Medisch Contact van afgelopen weken met veel plezier gelezen. Een bewustwording in hoe je iets benoemt, de impact die dit op mensen kan hebben, en de verschillen daarin van persoon tot persoon zijn boeiend! Ook de wijze waarop je mensen hiermee in het (on)zekere kunt laten. Ook hier is mogelijk een taak weggelegd voor goed verantwoorden. Op medisch gebied zou het mooi zijn wanneer bepaald vakjargon uniform wordt tussen verschillende zorgverleners. Zo ook voor oncologie patiënten die steeds langer kunnen leven in een gemetastaseerde setting. Onze studies hebben laten zien dat de opinies over het juiste ziekte-label (palliatief / chronisch) op dit moment erg wisselen. Maar, de vervolgplannen liggen er, en daarmee hopelijk ook de antwoorden!    

Zie o.a. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Blijk van vertrouwen – Anders verantwoorden; 14 mei 2019.

Morris MC, Brockman J, Schneider JA, Wang Y, Bennett DA, Tangney CC, van de Rest O. Association of seafood consumption, brain mercury level, and apoe e4 status with brain neuropathology in older adults. JAMA (2016) feb 2;315(5):489-97.

Medisch contact:

Zorgtaal (slot): ‘gb’ Zorgtaal (14): ‘Bekend met’ Zorgtaal (13): ‘Slechte patiënt’ Zorgtaal (12): ‘Kloek’ Zorgtaal (11): ‘Oké’ Zorgtaal (10): ‘Even’ Zorgtaal (9): ‘Buskruit negatief’ Zorgtaal (8): ‘Kijken’ Zorgtaal (7): ‘We’ Zorgtaal (6): ‘Ingreepje’ Zorgtaal (5): ‘Mooi’ Zorgtaal (4): ‘U mag’ Zorgtaal (3): ‘Bestellen’ Zorgtaal (2): ‘De heer’ Zorgtaal (1): ‘Amies’

Apothekers

Apothekers. Ik ken er niet zo veel, maar de keren dat ik voor mijn studie de apotheek bezocht raakte ik gefascineerd door hun wondere wereld. Welke behandelingen aan een ziekenhuis zijn gebonden (en welke niet), op welke manieren en om welke beweegredenen er wordt samengewerkt met afdelingen in het ziekenhuis, en hoe het controle-proces precies in zijn werk gaat. Ik was verrast hoe vaak er nog recepten moeten worden bijgesteld wanneer deze ter controle aan apothekers werden voorgelegd.

Jawel. De apotheker is de deskundige op farmacotherapeutisch gebied. Niet altijd gaat het goed; de behandeldoelen worden soms niet gehaald; het geneesmiddel wordt niet gebruikt waarvoor het bedoeld is; en soms worden er onverwachte neveneffecten gerapporteerd. Hoewel de apotheker primair is aangesteld als bewaker van het proces, komt er gelukkig steeds meer aandacht voor de individuele patiënt. En de samenwerking (en ontlasting) met de 1e lijn wordt daarmee vanzelfsprekend ook steeds beter en groter.

Onlangs las ik een bericht waar kinderartsen en apotheker samen genoodzaakt werden een nog jong kind in te sturen omdat medicatie niet op tijd leverbaar was. Het voorval werd beschreven omdat alle zorgverleners het voor zowel ouders als kind vervelend vonden. Toen ik het las realiseerde ik mij vooral hoezeer mensen van medicatie afhankelijk zijn, en hoe belangrijk het is dat die medicatie wordt afgestemd op de individuele patiënt. Wat mooi dat de rol van apothekers in de huisarts-setting groter wordt. En wat mooi als in de toekomst die samenwerking ook in databases (inclusief eerste lijn) meer vorm en inzicht zal krijgen.

Apothekers, keep going!

Zie o.a.

Zanders MM, van Herk-Sukel M, Herings RM, van de Poll-Franse LV, Haak HR. Impact of cancer diagnosis and treatment on glycaemic control among individuals with colorectal cancer using glucose-lowering drugs. Acta Diabetol. 2016 Oct;53(5):727-35. doi: 10.1007/s00592-016-0863-z.

Gedicht

Lieve Sint,

De avond voor pakjesavond is een mooi moment. Voor het schrijven van een speciaal gedicht, nu dat dichten inmiddels wel went.

Over de gezondheidszorg, en over onze wensen en doelen, Die soms voor onszelf niet eens helemaal helder zijn, en waarmee we woelen. Over de goede mensen op de juiste plekken, Die met een open blik ieder moment in twijfel zouden kunnen trekken.

Lieve Sint, U begrijpt dat mensen met hun hart en hersens op de goede plekken, Dat slechts op 1 manier zullen trekken, Door samen te kunnen werken in een bevlogen werkklimaat, Daar waar iedereen voor de patiënt en de (toekomstig) zorgverlener gaat.

Waar van de positieve intenties wordt uitgegaan, En er ruimte wordt gemaakt om te kunnen lopen en staan, Waar je ook als zorgverlener je authenticiteit toont, Want dat is wat voor patiënten vaak achteraf het meeste loont. Waar je niet bang hoeft te zijn om je ideeën te delen, Maar waar je het doel hebt innovatieve zorg uiteindelijk te verspreiden onder velen. Waar echter tegelijkertijd ruimte is om te komen tot dat idee, Voordat een idee is geïmplementeerd ergens over zee. 

Lieve Sint, Ik schrijf dit niet voor niks want die voorwaarden zijn cruciaal, Om als patiënt en zorgverlener te functioneren, het is eigenlijk heel banaal. En niet alleen de gezondheidszorg is hierbij gebaat, Je hele omgeving, tot aan de voorbijgangers op straat.

Lieve Sint, Voor 2019 hoop ik van harte dat die vrijheid nog wat meer ontstaat, Daarvoor in de plaats sta ik voor die patiënt paraat met raad en daad, Of met een onderzoeks-idee, net wat het meeste past, In de lijn van bestaande ideeën en patiënten (en zo niet tot last).

Lieve Sint, Is dat te veel gevraagd als dat over meerdere ziekenhuizen is/moet verspreid? Het is iets wat mij op dit moment verblijd. Natuurlijk zijn er grenzen in wat ik kan vragen, Maar hoop hiermee toch iets uit te kunnen dragen.

Gedicht en ervaringen zijn geïnspireerd door verschillende ziekenhuizen en zorginstanties in Nederland.