Sterk

Samen met zijn vrouw loopt hij naar de uitgang. Hij lijkt wat onrustig. Ik kan het me wel enigszins voorstellen aangezien ze net de spreekkamer van een oncoloog komen uitgewandeld. Het stel is gebruind. Ze zijn vast net terug van een wintersportvakantie of exotisch oord. Omdat zijn telefoon overduidelijk op microfoon staat, kan iedereen van het gesprek dat hij op dit moment voert, meegenieten. De laatste behandeling (chemotherapie) zal binnenkort volgen. Maar daarvoor moet eerst de PET-scan worden afgewacht. Er wordt aan de andere kant van de lijn gevraagd hoe het nu gaat.

‘Het is allemaal heel goed gegaan’ hoor ik de man vertellen. ‘Dankzij zijn leuke vriendin’ hoor ik de vrouw er grappend achteraan zeggen. Ze lijken bijna in een jolige stemming. Ze ronden het gesprek snel af, en lopen hand in hand naar buiten. Dit bezoek aan het ziekenhuis lijkt deze twee mensen niet veel narigheid te hebben bezorgd. Ik moet lachen en zie dat de mensen om mij heen ook van hen hebben genoten.

Voor me zit op dit moment een stel waarvan de vrouw net terug komt met een kopje heet water. ‘Heb je niet iets voor mij meegenomen?’, vraagt haar man. Ze kijkt geërgerd en zegt dat hij ook helemaal niks heeft gevraagd. Ze moppert wat door en van haar man krijg ik een verontschuldigende knipoog. Het is duidelijk: Deze mensen zitten in spanning van wat er komen gaat. Ze lijken niet tot een gesprek in staat en staren op dit moment vooral voor zich uit.

Naast me zit een ander stel. Ze zaten al aan deze tafel toen ik hier ging zitten en dat is inmiddels al weer een behoorlijke tijd geleden. Beiden hebben een puzzelboekje waar ze rustig in door blijven puzzelen. Van wat er om hen heen gebeurd maken deze twee mensen weinig mee. In het boekje van de man kan ik meekijken, en de pagina die aanvankelijk helemaal leeg was, is inmiddels al behoorlijk vol gepend.

Ik zie een patiënt binnenkomen die door de gastvrouw wordt herkend. Ze spreken dezelfde taal, het lijkt op Pools. Ze blijven druk met elkaar in gesprek en de gastvrouw brengt haar naar een van de spreekkamers achterin de zaal. Na ongeveer 20 minuten zie ik haar terugkomen. Ze nemen hartelijk afscheid.

Allemaal zijn deze patiënten ziek. Allemaal hebben zij een vorm van kanker. En in deze hal heb ik al kunnen zien hoezeer deze patiënten verschillen en anders met hun ziekte omgaan. Ik weet niet of zij een vorm van kanker hebben die wel of niet meer te genezen is. Maar ik hoop van harte dat alles goed geregeld is, dat zij geen last hebben van bureaucratie, en dat zij op 1 dag meerdere zorgprofessionals te spreken zullen krijgen. En wanneer dat niet het geval is ga ik ervan uit dat hier gemakkelijk en snel een mouw aan te passen zal zijn.

Dat gun ik hen - allemaal.